Kriebel in je kont, jeuk in je handen

5th January, 2010 - Posted by Robert van der Wielen - No Comments

Als je mediteert heb je wel eens van die dagen dat je niet stil kan zitten. Je bent te bewegelijk. Het jeukt, het kriebelt, het zwermt om je hoofd. Praktisch gesproken sta je op en kies je een andere meditatievorm: zoals bijvoorbeeld loop-, schrijf, of werkmeditatie. Of je gebruikt je ongedurigheid voor Zelfonderzoek.
Hoe werkt dat onderzoek?

Op momenten van ongedurigheid ondervind je aan den lijve dat het een belemmering is in jouw functioneren. In je dagelijkse activiteiten merk je het nauwelijks op, behalve dat je zegt iets in de trant van: “het liep niet vandaag. Het zat tegen. Ik ben niet toegekomen aan wat ik moest doen. Het was een vermoeiende dag”. Als je dat herkent is het de hoogste tijd om het aan te pakken!

Degenen die langer mediteren weten dat ‘aanpakken’ een valse aanwijzing is, maar juist als je last hebt van kriebel en jeuk heb je niks aan filosofische inzichten. Wat kun je doen?

Zelfonderzoek is kijken naar wat er in je omgaat. Beter gezegd: opmerkzaam zijn op wat er zich binnenin jou afspeelt. Kijken alleen is te beperkt. Je ‘hoort’ ook van alles en zeker bij kriebels, valt er van alles te voelen. Laten we daar mee beginnen.

Neem het voelen van de kriebels heel letterlijk. Waar kriebelt het? In welk lichaamsdeel? Als je dat niet weet ga dan stelselmatig je lichaam af. Streep af waar het niet zit, zo kom je er achter. Zit het in je voet? Been? Hand? Arm? Hoofd? Borst? Buik? Als je zou moeten krabbelen, waar zou je dat dan doen?

Nu je het gevonden hebt: wrijf erover, krabbel desnoods. Breng al je aandacht naar die plek. Zodra je merkt dat je aandacht van die plek wordt afgeleid constateer je dat het minder is. Waarop het natuurlijk weer opkomt. En weer glijdt je aandacht er vandaan. Dat herhaalt zich.

Neem een keer diep adem. Voel je buik in- en uitzetten. Je lichaam is rustig. Nu kunnen we de geest onderzoeken. Laten we kijken waar je ongedurigheid vandaan komt.

Waarschijnlijk ben je gedreven om iets te doen. Omdat je jezelf al helemaal bezig ziet, is de adrenaline alvast aangemaakt, klaar om gebruikt te worden. Logisch dat je liever aan dat klusje begint dan je tijd geven aan mediteren. Of je had iets moeten doen en bent er niet aan toegekomen. Dat knaagt aan je.

Je zit. Het is de beurt aan mediteren maar je gedachten zijn met iets anders bezig. Die draaien weliswaar op de achtergrond, maar wel erg dichtbij de voorgrond. Ze dringen zich op. Het lukt je niet om het mediteren aandacht te geven, de geest wil eigenlijk het andere. Zwak van vlees en gewillig van geest zeggen we dan: concentreren is moeilijk.

Ingerukt, mars!
Me dunkt! Zolang de geest ruim baan heeft wel! Echter zodra jij het heft in handen neemt en jij jouw aandacht stuurt is het over. Daar is een ferm besluit voor nodig. Geef jezelf de opdracht! Voel met alle overtuiging dat je gaat mediteren en begin werkelijk.

Het wil niet zeggen dat je de gedachten moet verdringen. Het nuttigst blijkt om de zich opdringende activiteit een plaats te geven, te plannen. Weet dat je daar op een ander moment aan toe komt. Neem je voor om het later te doen.

Observeer wat er gebeurt. Het lukt je één keer om de aandacht te richten, bijvoorbeeld op het in- en uitzetten van de buik door de ademhaling. Dan komt de neiging op om af te glijden. Dat blijft zo, keer op keer. Dus die hoeft niet weg. Laat het zo. Richt je aandacht weer op de buikbeweging, net zoals dat de eerste keer lukte. Bezie het met dezelfde houding alsof je dat voor het eerst doet. Zonder weet te hebben van vorig slagen of mislukken. Zonder verwachting. Open voor de ervaring.

In feite hoeft je maar één keer je aandacht te richten en de onrust in je lijf verdwijnt. Jeuken je handen al om te mediteren?

Succes!

No Comments

No Comments

Leave a reply

Name *

Mail *

Website